Variatie in achternaamgeving

Achternamen zijn in verschillende groepen te verdelen 


                                 Voornaamsnamen, Patroniemen

       Herkomstnamen,

            Eigenschapsnamen,

  Relatienamen,

  Dierennamen,

    Bloemennamen,

    Boerderijnamen,

    Beroepsnamen,

     Voorname namen.


Voornaamsnamen  ( Patroniemen )


Dit zijn namen die zijn afgeleid van voornamen  

Men noemde zich naar zijn vader

Corneli(s)(z)(en) zoon van Cornelis, Dirk(s)z(en) zoon van Dirk, Paulissen zoon van Paulus, Klaassen zoon van Klaas, Hendriks(s)z)(en) zoon van Hendrik, Adriaans(s)z)(en) zoon van Adriaan, Jans(s)z)(en) zoon van Jan, Pieters(s)z)(en) zoon van Pieter, Geurt(s)z)(en) zoon van Geurt, Willem(s)z)(en) zoon van Willem, Evert(s)z)(en) zoon van Evert, Herman(s)z)(en) zoon van Herman. enz.

Dit zijn de zogeheten Patroniemen.

Op het moment dat er nog geen verplichting was tot het aannemen (voor 1811) van een vaste achternaam was deze wijze van naamgeving veel in  gebruik.


            Invoering burgerlijke stand :


In 1811 moest iedereen, op last van Napoleon, als men nog geen achternaam had, een achternaam laten registreren,  hiervoor vaardigde de Franse keizer een decreet uit.
Men  moest men zich bij het gemeentehuis melden om de naam aan te geven.

Men schreef de aangever in de
akte van naamsverandering d.d. 30 december 1811


Decreet van Napoleon. 1811

Verplichting tot het aannemen van een achternaam.


Volgens het decreet van Napoleon In 1811 bepaalde Napoleon middels een decreet dat eenieder een vaste familienaam moest voeren.

Hieronder het decreet.

Decreet van Napoleon "In het Paleis van St. Cloud, den 18 Augustus 1811. Napoleon, Keizer der Franschen, Koning van ItaliŽn, Beschermer van het Rhijnverbond, Bemiddelaar van het Zwitsersch Bondgenootschap. Op het rapport van onzen Groot-Regter Minister van Justitie; Gezien ons Decreet van den 20 July 1808; Onzen Staatsraad gehoord; Hebben wij gedecreteerd en decreteeren het geen volgt:

 Art 1. De genen onzer onderdanen in de departementen van het voormalig Holland, der Monden van den Rhijn, der Monden van de Schelde en van het arrondissement Breda, welke tot dus verre genen vasten familienaam of voornamen hebben gehadt, zullen gehouden zijn, zodanigen, in den loop van het jaar der bekendmaking van ons tegenwoordig decreet, aan te nemen, en de opgave daarvan te doen aan den ambtenaar van den civielen staat der gemeente, alwaar zij woonachtig zijn.

Art 2. De namen van steden zullen niet toegelaten worden als familie-namen. Als voornamen mogen worden aangenomen dezulke, die bij wet van den II germinal IIde jaar zijn toegestaan.

Art 3. De maires, de opneming der inwoners hunner gemeenten doende, zullen gehouden zijn, te onderzoeken en ter kennis van het bestuur te brengen, of dezelve persoonlijk de bij voorgaande artikelen voorgeschreven voorwaarden hebben vervuld. Zij zullen insgelijks gehouden zijn, de genen der inwoners van hunne Gemeenten, die van naam veranderd zijn, zonder zich te hebben gedragen naar de bepalingen van de bovengemelde wet van II Germinal IIde jaar, ter kennis van het bestuur te brengen.

Art 4. Van de bepalingen van ons tegenwoordig decreet zullen uitgezonderd zijn dezulken onzer onderdanen van de departementen van het voormalig Holland, der Monden van den Rhijn, der Monden van de Schelde en van het arrondissement Breda, die bekende namen en voornamen hebben, en welke zij bestendig hebben gevoerd, al ware het, dat die namen en voornamen voortkomstig zijn uit die der steden.

Art 5. De genen onzer onderdanen, in het voorgaand artikel vermeld, die hunne namen en voornamen willen behouden, zullen desniettemin gehouden zijn, dezelve op te geven, te weten: die, welke in bovengemelde departementen wonen, bij de mairie der gemeente, alwaar zij woonachtig zijn, en de andere, bij de zoodanige, alwaar zij voornemens zijn, hunne woonstede te vestigen: alles binnen den tijd, in art. 1 vermeld.

Art 6. De familienaam, dien de vader, of, bij ontstentenis van dien, de grootvader van vaderszijde, verklaard heeft, te willen aannemen, of welke hem toegekend zal blijven, zal aan alle kinderen worden gegeven, die gehouden zullen zijn, denzelven te voeren en aan te nemen in de akten; ten dien einde zal de vader, of, bij gebreke van dien, de grootvader, de aanwezig zijnde kinderen en kleinkinderen in zijne opgave vermelden, alsmede derzelver woonplaats; en dezulke onzer onderdanen, die hunnen vader, of bij ontstentenis van denzelven, hunnen grootvader nog in leven hebben, behoeven slechts te verklaren, dat hij nog in leven is, benevens de plaats van zijn verblijf.

Art 7. Zij, die de bij het tegenwoordig decreet voorgeschreven formaliteiten, en binnen den daar bij vermelden tijd, niet zullen vervuld hebben, en zij, die, in eenige publieke akte of onderhandsche verbintenis, willekeurig en zonder zich te hebben gedragen naar de bepalingen der wet van den IIden germinal IIde jaar, van naam veranderd zouden zijn, zullen overeenkomstig de wetten gestraft worden.

Art 8. Onze grootregter minister van justitie en onze minister van binnenlandsche zaken zijn belast, ieder voor zoo veel hem aangaat, met de uitvoering van het tegenwoordig Decreet, dat in het bulletin der wetten zal worden geplaatst.

(get.) NAPOLEON Van wege den Keizer, de Minister Secretaris van Staat, (get.) De Graaf DARU".


Ontstaan van de vaste achternamen


De verplichting tot het aannemen van een achternaam voor de mensen die nog geen vaste achternaam hadden is tot uitvoer gebracht tijdens de Franse bezetting van 1790-1815 ons land stond destijds onder het gezag van de Franse keizer Napoleon.

De officiŽle vastlegging van achternamen,die inhield dat het hebben van een achternaam verplicht gesteld werd, kwam ten uitvoer met de invoering van de burgerlijke stand.

In  zuid Nederland begon men daar eerder mee dan in het Noorden van het land.

In BelgiŽ, Zeeuws-Vlaanderen en een deel van Limburg werd de burgerlijke stand tussen 1790 en 1800 ingevoerd.

In het Noorden van Nederland was dat in 1811.

Dit hield in dat een ieder binnen een jaar een vaste achternaam diende aan te nemen, als hij hem nog niet had.

Daarvoor moest men naar het gemeentehuis alwaar een verklaring werd opgenomen.

Onder de mensen die in 1811 naar het gemeentehuis togen waren er een groot aantal bij die het aannemen van een achternaam niet al te serieus namen en een rare achternaam kozen.

Men geloofde dat het dragen van een vaste achternaam wel weer afgeschaft zou worden als er een eind zou komen aan de Franse overheersing.

Vanuit de wachtkamer op het gemeentehuis steeg regelmatig een daverende lach op als iemand het weer eens te bont gemaakt had.

Namen als Sam Augurkjesman, Piet Schijthuis, Kees Platvoet, Jan Armoedzaaier, 

en Herman Kaaskop, Jan Naaktgeboren,  werden opgegeven. Niets was te gek.

 Veel van deze namen zijn door de dienstdoende klerken geweigerd,

maar sommige zijn er toch nog doorheen geslibd, zoals Pielkenrood, enz

Omdat een jaar na 11 augustus 1811 nog lang niet iedereen gehoor had gegeven aan de oproep tot het registreren van een vaste achternaam volgde op 17 mei 1813 een nieuw decreet, 

met als uiterste termijn 1 januari 1814

Ook aan dit decreet werd niet massaal gehoor gegeven, in 1815 werd Napoleon verslagen bij Austerlitz.

Het Franse bestuur over de Nederlanden was teneinde,de staat der Nederlanden dient zich aan.

Een derde oproep volgt pas in 8 november 1825 met een afloop termijn van 6 maanden waarbij een boete in het vooruitzicht werd gesteld voor een ieder die aan deze oproep geen gehoor had gegeven.

Dit hielp, in 1826 had vrijwel iedereen een achternaam zodat begin 1826 op de vraag, is u Van? (Van is Frans voor achternaam.) nagenoeg niemand hoefde te antwoorden. " Ik ben zonder Van."

Zondervan, is een naam die nog in Nederland voorkomt.


Eigenschapnamen


Eigenschapnamen zijn namen die zijn afgeleid van bepaalde kenmerken, ook wel bijnamen genoemd.

Had iemand opvallende krullen dan kreeg hij de bijnaam Krul of Krol.Was iemand uitzonderlijk groot of  klein of dun of dik dan kreeg hij de naam:

 De Groot, De Lange, Klein, De korte

Mager, Den Dunnen, Den Dikken.

Spitsbaard.

Veel van deze oorspronkelijke bijnamen zijn later vaste achternamen geworden omdat men iemand aan zijn bijnaam herkende.


Herkomstnamen


 Als men ging verhuizen naar een ander gebied of streek of stad of plaats dan noemde men zich vaak naar het gebied of streek of stad of plaats waar men vandaan kwam,en zo kreeg men een vaste achternaam.

Die voor 1811 nog niet verplicht was.

Herkomstnamen bevatten de naam van een specifieke aanwijsbare plaats, rivier, beek of locatie.

Zo is de naam Vermeij dus een herkomstnaam, die aan geeft dat de aangever kennelijk op nogal wat afstand van een meierij woonde.  

Van den Akker, Akkerman, Landman, De Boer.

Dergelijke namen werden veel gebruikt door personen die leefden van de landbouw en veeteelt.

Namen als van Dijk, iemand die op of aan een dijk woonde, Terpstra, iemand die woonde op een terp, Boomgaard of Boogaard of Bogert iemand die in of in de nabijheid van een boomgaard leefde of van de Berg of van de Heuvel iemand die in de buurt van een berg of heuvel woonde of Vermeulen, iemand die in de nabijheid van een molen woonde en De Vries ( de Fries) iemand die uit Friesland kwam), van Aken, van Ingen, van Arnhem, van de Bilt, van Doorn, van Amerongen, van Urk, van Slooten, van Tiel, van Leersum, van Rotterdam, van Westbroek, van Soest, van Ede, van Montfoort, van Mourik, van Essen, van Vreeswijk.

komen nog veel voor, zo ook van Ginkel, hij die kwam van Ginc)kel.


Relatienamen  


Relatienamen zijn namen waarin familiebanden, vriendschapsaanduidingen of maatschappelijke verhouding tot uitdrukking komen.

Geboers of Nabuur, betekent ďburenĒ.

Overman,  Offermans, of Prins, verwezen naar het gildenwezen.  


Dierennamen  


Hiervan zijn er zeer veel in Nederland.

De Vos, De Bie (de Bij), De Haan, De Leeuw, De Hond, De Kat, De Beer, De Gier, De Mol, Muis,

Snoek, Zalm, Baars, Vis, Gans,Valk, Vink, Vogel, Nagtegaal.

Aangenomen door mensen die zich op een of andere wijze verbonden voelde met dieren.


Bloemennamen


Blom, Bloem, Bloemen, Roos, Hop.


Boerderijnamen  


Namen als,

Overhoff, Kortenhoff, Oosterhoff, Coldenhoff, Ottenhoff, Niehoff, Nederhoff, Broekhoff, Othoff.

 zijn veelal uit Duitsland afkomstig, en verwijzen naar een Hoff of Hoof ofte wel boerderij, maar er zijn uitzonderingen en gebruikt men enkel f of dubbel f zo als het uitkwam,

 men nam het niet zo nauw

en dan is het gewoon een Nederlandse achternaam

    Spinhoven, Spithoven, Agthoven, Ettikhoven, Broekhoven, Kalkhoven, Beukhoven, Bokhoven, Niesthoven, Korenhof, Agterhof, Stokhof, Oldenhof, Noordhof, Westerhof, Hulshof, Berkhof, Appelhof, Velderhof, Teuthof, Boverhof

van de Kamp, Boerkamp, Hovenkamp, Bovenkamp, Hazekamp, Oskamp,Veldkamp, Leeuwenkamp Hulskamp, Ebbenhorst, Spickhorst, Hilhorst, Branderhorst, Linthorst, Hogerhorst, Selhorst, Schothorst. 

Dit zijn de Nederlandse vormen van een hof of boerderij.


Beroepsnamen


Dat veel achternamen afkomstig zijn van beroepen is makkelijk verklaarbaar.

Men leefde vroeger in kleine gehuchtjes, buurtschappen, en iemand die een bepaald beroep uitoefende nam al snel de naam van zijn beroep aan.

         Goudsmit, Smit, Timmerman, Bakker, Bollebakker, Paardenkoper, Peerdeman, Houtkoper, Houtzager, Visser, Schipper, Brouwer, Groenteman, Molenaar, Mulder, Boumeester, Bouwman, Bouman, De Waard, Kastelein, Koetsier, Voerman, Dokter,  Jager, Kok, Steehouder, Rademaker, Stuurman, Schoenmaker, Wagenmaker, Kuiper, Slotemaker, Slagter, Kapitein, Veerman.


Voorname namen


Keizer, Koning, Admiraal, De Graaf, Prins, De Hertog, Bisschop, Burggraaf, de Ridder.


11-01-2008